Brief van d.d. 10-10-1993 van zuster Borromea Muris aan haar familie

Zuster Borromea, geboren als Maria Mechtildus Muris op 21 juni 1913 te Stein,
dochter van Reinier Muris en Maria Ida van Mulken.
Zij overleed 16 mei 1998 te Egem (België)
De foto is in 1961, in de toenmalige Congo gemaakt.

Nu wil ik toch aan je verlangen voldoen, alhoewel ik twijfel of t belangrijk is wat een mens gedaan heeft. Belangrijk is zo dunkt me, hoeveel liefde stak in ons leven, liefde voor God en liefde voor de medemens. En daarover kan Hij alleen oordelen. De rest wat, hoe en waar we ons leven leefden is bijkomstig, tenminste volgens mij. Ondanks mijn mening wil ik toch je brief zo goed mogelijk beantwoorden.

1) Nieuwstraat, tijd van de lagere school. Mechelen aan de Maas van 12 tot 16 jaar. Terug thuis van 16 tot 18 1/2 jaar.

2) Op 8 december 1931 naar het klooster, mijn roeping leerde ik vooral kennen door het lezen van missiebrochuurtjes. Ik vond het geweldig wat die missiezuster deden.

3) Vorming in het noviciaat te Pittem, daarna Normaalschool, vier jaar te Brugge.

4) Op 17 december 1937, vertrek uit Pittem naar Belgisch Congo met de boot ”Koningin Elisabeth”. Aankomst 6 januari 1938 te Kamina. We reisden met de boot tot (Del)Lobito. Daarna namen we voor
5 dagen de trein door de Angola naar Lobito. Vandaar naar Kamina. Dit is onze hoofdpost in de Congo. Ik verbleef er tot maart, totdat ik af kon reizen naar mijn bestemming Lukonzolwa.

5) In Lukonzolwa, gelegen in de Katanga nu Shaba, verbleef ik 18 jaar met 4 zusters en twee paters als enige blanken. Ik bestuurde er een lagere school en gaf zelf godsdienst en rekenen. Na de school hield ik een kunstbreischool, waardoor onze kinderen meisjes van ±14 a 16 jaar wat geld verdienden zodat ze niet verplicht waren zich te verkopen. Vele nachten moest ik mee door de brousse naar de dorpen om de een of andere vrouw te helpen die moest bevallen. Terwijl de zuster, vroedvrouw, in de hut bezig was, omringd door vele vrouwen, zat ik buiten op een houtblok rond een brandend vuur met de mannen. Zij vertelden hun geschiedenis door overlevering. Dat waren ondanks het nachtelijk uur interessante uren. De zwarten kwamen ons halen en brachten ons terug door heel kleine broussewegentjes. Van voor en van achter droegen ze stallantaarntjes plus lansen om de wilde beesten, hyena's, luipaarden, soms een enkele leeuw, af te schrikken. Lukonzolwa werd opgeheven en overgedragen aan de zusters Franciscanessen in 1956.
6) Ik vertrok naar Tshikapa, boven de 2000 km van Lukonzolwa verwijderd. Heel ander volk, heel andere taal. In Lukonzolwa woonden de ”Babembas” en we spraken in het ”Kibemba”. In Tshikapa, provincie Kascië, woonden er de ”Balubas” en de ”Luiwas” en we leerden en spraken in het ”Tsiluba”! Het viel niet altijd mee want we waren ondertussen al 42 jaar oud. Toch heb ik het Tshiluba nog goed gekend.



Alle dagen na schooltijd volgde ik les, bij een van mijn onderwijzers, die perfect Tshiluba sprak en daarbij ook nog het Frans meester was. In Tsikapa, mijnstreek van sierdiamant, waren mijn leerlingen ± 2000 in getal, al kinderen van mijnwerkers. Het was de gekende ”Freminière”. Zij betaalden ons, de onderwijzers en onderwijzeressen 24 in getal, ook het schoolgerief. Het was een tijd van ongekende bloei. Er kwam een blanke inspecteur en onze school kreeg de cote ”excellente” ! Verschillende onderwijzers ook, de anderen très bien en bien! Met de onafhankelijkheid in 60 moesten alle kinderen vluchten. Wat eerst goede vrienden waren werden nu aartsvijanden. Wij vluchten met UNO soldaten naar de Angola, waar we 8 weken verbleven. Daarna kwamen de paters ons halen.
7) Na mijn verlof in 1961, keerde ik terug naar een nieuwe missiepost, Luebo. Ik was er weer directrice van de lagere school en verantwoordelijke van de zustergemeenschap. Hier behoorde het ziekenhuis, moederhuis + vroedvrouwenschool + familiale school + school van de Staat. In deze jaren 62-69 waren dat reeds Zairezen. Ze hebben veel geplunderd van de meubels van het hospitaal en scholen. We werden niet betaald. Ik besloot dan maar een klein winkeltje te houden om te kunnen overleven. Het was een moeilijke tijd. Van 67-69 was ik er inspectrice van het onderwijs voor heel ons bisdom, zeer uitgestrekt. Mijn inspectie bestond uit vorming geven aan de directeurs en onderwijzers in verschillende sessies op verschillende missieposten. Ik deed dat heel graag, alhoewel zwaar werk, want alle verplaatsingen geschieden met een djeep en toen al erbarmelijke wegen.
8) Koweze, handwerk, familiale vorming (technisch) technologie. Allemaal lessen in het Frans aan meisjes die reeds zeer goed Frans konden. Hun leeftijd ging van 13 tot 20 jaar ± 200 leerlingen. Ik verbleef er tot 1977 toen de scholen gans genationaliseerd werden.
Nog enige antwoorden. Ja ik vertrok naar Congo op vrijwillige basis en was heel blij dat ik zo vlug mocht vertrekken. Het eerst kwam ik terug na 15 jaar in 1952. Tweede maal 1961, derde maal in 1965. Later alle twee jaren. De staat betaalde toen de reizen. Ik denk dat ik je vragen beantwoordde. Het levensverhaal schrijven, dat laat ik over aan grote koppen of aan helden of aan moeders en vaders die met veel moed 10 kinderen grootbrachten. Als er nog iets is wat jij graag wilt weten, vragen staat altijd vrij.
Hartelijk groeten aan je man, de kinderen, aan vader, broers en zussen van je,
tante Til.
Haar bidprentje