De Taterstein

Vriend Hayke en ik zelf persoonlijk zijn heel gevoelige personen. Als mijn eigen zelfkenner durf ik dat ook van hem te beweren. We zullen onze dames op zaterdagavond nooit tot last zijn met voetbal op de TV. Wij willen niet dat Talpa, de mol onder onze huisvrede wordt en verkassen naar neutraal terrein, meestal ”De Pöt”.
Na een lange week waarin van alles gebeurt, waardoor sensibele jongens als wij bijkans in de put geraken, putten wij op zaterdagavond uit grote pulllen weer nieuwe levensdrang in De Pöt. In de De Pöt is uit de put, dat is erg simpel, nietwaar?
Welwaar, want tevens word je hier weer een met het sociale gebeuren van de afgelopen week in ons dorp. Bijna alle notabelen leggen er uitgebreid hun ongevraagde mening, gratis voor niks op de ronde tafels.
Wij hebben in de loop der tijd een notabel aangepast hoorsysteem ontwikkeld. Zolang de woordvoerder in een redelijk tempo rondjes geeft, luisteren wij naar meningen. Verslapt de frequentie gaan we moeilijke vragen stellen en zonodig kaarten. Er zijn avonden waarop wij niet aan kaarten toekomen en dat illustreert het grote samenhorigheidsgevoel in onze gemeenschap. Tateren is hier immers niet toevallig een werkwoord.
Café ”de Taterstein” is zelfs gebouwd tijdens het Tateren, heb ik me laten vertellen toen ik er de eerste keer kwam. Ik kom er regelmatig, maar in De Pöt kun je nog beter tateren, is mijn persoonlijke smaak. Ik hou eenmaal niet van het pils van die brouwer van paardenpis.
De Taters waren een volk dat hier vroeger langs de Maas gewoond heeft. Het waren ruige jongens, want in het moerasgebied dat de Maas hier gevormd had was bijna geen landbouw mogelijk. Het woord industrie moest nog bedacht worden.
Om de schamele schoorsteen toch nog een beetje rokend te kunnen houden, vormden ze roofbendes die 's nachts de Maas overstaken en in België proletarisch gingen winkelen. Ofschoon België nog niet bestond was wel al bekend dat de Belgen levensgenieters waren. Vraag me niet hoe ze dat wisten, dat moet ik zelf eerst nog navragen.
Op een kruispunt, ongeveer waar nu café de Taterstein is, lag een grote steen. Die steen is zo groot, dat hij er ondanks ontvoeringspogingen nu nog ligt. s Avonds kwamen ze hier bij elkaar om hun plannen voor de nacht te beramen. Boven op de steen stond de hoofdman, die de strategie voor de nacht bepaalde.
Die laat-voorhistorische, nog niet bestaande, Belgen waren natuurlijk ook niet gek en hadden na een tijdje in de gaten waar hun onheil vandaan kwam. Ze probeerden de steen te jatten en dat werd meteen een veldslag met de inwoners van het dorp, die aan hun steen magische krachten toekenden. De steen voedde hen als het ware en Steindenaren laten zich nu zelfs nog niet een Franse schimmelkaas van het brood eten.
Daarna infiltreerden de lepe Overmaas bewoners spionnen binnen de Taters, die bijna de hele organisatie deden verzuipen tijdens een nachtelijke oversteek terug naar huis, omdat de infiltranten hun de weg gewezen hadden naar een rijkelijk gevulde wijnkelder.
Vertel me niks nieuws, ik weet hoe moeilijk het is om maat te houden als je onder de maten bent. De ene maat probeert de maat te nemen van de andere maat en voor je het beseft ben je bovenmaats. Zo in die geest moet het toen gegaan zijn. De wijn was uit de fles en de geest zat er goed in.
Enfin, om een lang verhaal kort te houden, de overgebleven Taters beseften na droging dat ze vies verlinkt waren en om dat in de toekomst te voorkomen ontwikkelenden ze een eigen bargoens, het Tateren.
Het wordt nu nog dagelijks gesproken in ons dorp en tijdens de vastelaovend preekt zelfs mijnheer pastoor het van de kansel.
”De dikste stein van Stein ... dat is de Taterstein!”
Frenske van de Steinacker
Klik hier om de Taterstein en nog meer muziek gezongen door Wim Stijnen te beluisteren
Informatie